Beoordelaarseffecten

Ongewenste beïnvloeding tijdens opleidingsaccreditaties

Om optimaal te kunnen beoordelen is het van belang om de subjectiviteit van de beoordelingssituatie te minimaliseren (Cito, 2016). Het komt echter voor dat een beoordeling ongewenst is beïnvloed. Volgens Sluijsmans (2013) worden bij opleidingsaccreditaties van de NVAO regelmatig beoordelingen ongewenst beïnvloed. Dit fenomeen wordt beoordelaarseffecten genoemd. Dit zijn negatieve effecten die ertoe leiden dat de beoordeling minder betrouwbaar wordt (Van Berkel, 2014). Er is veel onderzoek verricht naar deze ongewenste effecten. In Methodologie (1961), benoemt en definieert De Groot, grondlegger van de beoordelaarseffecten, voor het eerst deze effecten. Alle afgeleiden zijn deels aan De Groot ontleend (Van Berkel, 2014). Het in kaart brengen van de beoordelaarseffecten heeft als doel om elkaar constant bewust te laten zijn van afleidende factoren die een beoordeling kunnen beïnvloeden (Cito, 2016). Straetmans (2016) deelt de beoordelaarseffecten als volgt in: Halo- en Horneffect; normeringseffect; vergelijkingseffect; persoonlijkheidseffect. Sluijsmans, Joosten-ten Brinke & Van Schilt-Mol (2017) hebben ook de beoordelaarseffecten beschreven. Zij maken een onderscheid in elf beoordelaarseffecten. In onderstaand tabel (1.1) zijn de beoordelaarseffecten beschreven en aangepast op audits.

Beoordelaarseffect Beschrijving
Eerste indruk Neiging tot snel oordelen.
Halo-effect Een gunstige indruk op een aantal criteria wordt doorgezet in een gunstige beoordeling op andere criteria.
Horn-effect Een ongunstige indruk op een aantal criteria wordt doorgezet in een ongunstige beoordeling op andere criteria.
Logische fout Als het ene goed is, dan zal het andere ook goed zijn.
Sympathie Een gunstige beoordeling omdat het klikt.
Antipathie Een ongunstige beoordeling omdat het niet klikt met de vertegenwoordiger van de opleiding.
Projectie Het toeschrijven van persoonlijke (positie of negatieve) kenmerken van de beoordelaar naar de vertegenwoordiger van de opleiding.
Stereotype Een vertegenwoordiger van de opleiding eigenschappen toekennen op basis van een groep waartoe hij behoort.
Mildheid De neiging om steeds bovengemiddeld te beoordelen.
Strengheid De neiging om steeds onder gemiddeld te beoordelen.
Centrale tendentie De neiging om steeds in het midden te beoordelen.

Tabel 1.1 Beoordelaarseffecten (gebaseerd op Sluijsmans, Joosten-ten Brinke & Van Schilt-Mol, 2017; Van Berkel et al., 2014; Dekker & Sanders, 2008)

Door kritisch te kijken naar interbeoordelaarsovereenstemming kunnen beoordelaarseffecten worden gevonden (Sluijsmans, Joosten-ten Brinke & Van Schilt-Mol, 2017). De interbeoordelaarsovereenstemming geeft de mate van overeenstemming aan tussen beoordelingen van twee of meer beoordelaars die dezelfde prestatie beoordeeld hebben (Straetmans, 2016). Hier gaat het om interne consistentie en de deskundigheid van de beoordeling. Nu deze effecten in kaart zijn gebracht, kan in een audit rekening worden gehouden met deze effecten en kunnen ze vermeden worden.

Literatuur:

  • Cito. (2016). Zicht op BKE. Arnhem: Cito.
  • Van Berkel, H., Bax, A. & Joosten-Ten Brinke, D. (2017). Toetsen in het hoger onderwijs. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
  • Sluijsmans, D. & Van der Klink, M. (2017). Het beoordelen van de beroepsbekwaamheid van startende leraren. Naar een evenwichtig samenspel tussen opleidingsinstituut en school. In: Timmermans, M. & Van Velzen, C. (Red.), Kennisbasis lerarenopleiders. Katern 4: Samen in de school opleiden. Werkendam: Velon.
  • Straetmans, G. (2016). Het beoordelen van competentie. In: Sanders, P. (Red.), Toetsen op school. Hoger onderwijs. Arnhem: Cito.

Dit artikel is een bewerking van een passage uit de masterthesis Optimaal Beoordelen van Indira Reynaert (2019).

 

search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close